Moerasspirea

Moerasspirea (Filipendula ulmaria) is een inheemse, overblijvende plant uit de Rozenfamilie (Rosaceae).

Moerasspirea langs het Dijlepad (Mechelen)

Naamgeving

Moerasspirea heeft zijn naam te danken aan de gedraaide vruchtjes. Die vruchtjes zijn echter erg klein. Je zal goed moeten kijken…

Filipendula is afgeleid van het Latijnse Filum (draad) en Pendula (hangen), een verwijzing naar de vele kleine bloemen. Ulmaria komt van Ulmus (Iep).

Vertaling

Engels: Meadowsweet
Frans: Reine des prés
Duits: Mädesüß

Voorkomen

Zoals de naam al aangeeft, is moerasspirea een plant die het liefst op een vochtige plaats staat. Je vindt de plant langs waterkanten, moerassen, bermen, ruigten, langs spoorwegen, dijken en in vochtige natuurgebieden.

In Mechelen kan je de plant vinden langs het Dijlepad, de Leuvense Vaart en op andere vochtige ondergronden.

Moerasspirea langs de Leuvense Vaart (Mechelen)

Beschrijving

Moerasspirea is een opvallende plant van 50 tot 200 cm hoog.

De plant heeft een kruipende, sterk vertakte wortelstok.

De groene tot roodbruine stengel is recht en kantig met geveerde bladeren.

Bladen van moerasspirea
Bladen van moerasspirea

De grote deelblaadjes zijn dubbel gezaagd. Ze lijken op de bladeren van de Iep (boom).

Bloeiwijze

De bloeiperiode loopt van juni tot en met augustus. De bloemen zijn witgeel en staan in schermen. Ze zijn vijftallig, soms zestallig. Er zijn veel meeldraden.

Bloemen van moerasspirea

De vruchten die na rijping uit de vruchtbeginsels ontstaan zijn kaal en schroefvormig om elkaar gedraaid.

Schroefvormig gedraaide vruchtjes van moerasspirea
Schroefvormig gedraaide vruchtjes van moerasspirea

Culinair

De bloemen werden gebruikt als aromatische toevoeging in bieren, cider, kruidenwijnen, jam, gelei, compotes, siropen, sappen en kruidenazijn.

Bij gebrek aan honing werden vroeger de bloemen van moerasspirea gebruikt.

De jonge blaadjes en bloemen kunnen aan salades worden toegevoegd, ze geven er een komkommerachtige smaak aan. Je kan ze ook stoven.

Moerasspirea in de kruidengeneeskunde

In moerasspirea bevindt zich ‘salicine’, chemisch verwant aan ‘salicylzuur’. Deze stof biedt de plant bescherming tegen vraat, schimmels en andere mogelijke ziekteverwekkers.

Acetylsalicylzuur is beter gekend onder de naam aspirine dat er trouwens van afgeleid is. De A staat voor acetyl en spir wijst naar het sap van de moerasspirea. Het was trouwens de eerste plant waarin men rond 1827 salicylzuurderivaten aantrof. Tegenwoordig wordt de stof chemisch bereid.

De plant heeft pijnstillende, koortsverlagende en ontstekingsremmende eigenschappen, en werd vroeger gebruikt tegen malaria en buikloop.

In de volksgeneeskunde werd moerasspirea ook aangeraden voor blaas- en nierontstekingen.

Andere toepassingen

Moerasspirea geurt (en smaakt) naar amandel. De plant werd vroeger veel gebruikt als strooikruid om onplezierige luchtjes uit huis of kerk te krijgen. Het strooien van geurende kruiden op de vloer was een gewoonte die van de middeleeuwen tot in de 17de eeuw gebruikelijk was.

Ook nu vind je de bloemen nog in potpourri terug. Als je de plant kneust, dan verspreidt die inderdaad een heerlijke geur. Je kan die best omschrijven als een zoete amandelgeur.

Moerasspirea werd vroeger ook gebruikt als kleurstof voor wol.

De bloemen worden gebruikt in de parfumindustrie en verwerkt in huidlotions en massageoliën. Aftreksels of crèmes worden ook gebruikt om de huid lichter te maken.

Referenties en meer info

https://www.floravannederland.nl/planten/moerasspirea
https://wildeplanteninbrugge.blogspot.com/search/label/Moerasspirea
https://www.plantennamen.info/nederlandse-namen/moerasspirea-filipendula-ulmaria
https://plantenvanhier.nl/soorten/moerasspirea.html
https://nl.wikipedia.org/wiki/Moerasspirea

You may also like...

1 Response

  1. Marc Willems schreef:

    Interessant! De foto van die vruchtjes neem ik wel eens over. De bloemen heb ik onlangs zelf ook gefotografeerd.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *